Visie op mobiliteit in West-Vlaanderen

Mobiliteit is een complex gegeven waar een compromis moet gevonden worden tussen verschillende factoren: bereikbaarheid, verkeersleefbaarheid, milieuvervuiling, personen- en goederenvervoer,… West-Vlaanderen heeft hierin een aantal specifieke uitgangspunten:

  • als grensprovincie tussen de zee, Frankrijk en Nederland is mobiliteit op veel plaatsen een grensoverstijgend gegeven; of net omgekeerd: de infrastructuur (zoals spoorlijnen) stopt soms aan de grens.
  • er is niet 1 centrale ‘groot’stad, die als mobiliteitsknooppunt dienst doet, maar verspreid over de provincie liggen grotere en kleinere steden.
  • de kust zorgt als toeristische trekpleister in het zomerseizoen voor een piekbelasting op het mobiliteitsnetwerk (zowel op de wegen als voor het openbaar vervoer)

De grote milieu-impact en het effect op onze gezondheid van het verkeer en de steeds groter wordende economische kosten van de files op de weg dwingen ons te kiezen voor milieuvriendelijke alternatieven voor onze verplaatsingen.
Groen! West-Vlaanderen schuift in het thema mobiliteit in onze provincie de volgende aandachtspunten naar voor:

Fietspaden: meer en beter

Wie zich regelmatig met de fiets verplaatst, vervuilt niet, neemt geen plaats op de weg en geen parkeerplaats in, staat niet in de file, en blijft zelf fit en gezond. Niets dan voordelen, dus. Alleen is het niet altijd evident om je als fietser in het verkeer te begeven. Een comfortabele fietsinfrastructuur is dan ook een belangrijk aandachtspunt. De steden en gemeente, provincie en Vlaams Gewest werken aan de uitbouw van een functioneel fietsroutenetwerk voor woon-werk en woon-schoolverkeer. Tot nu toe leidde dit nog maar tot een bescheiden toename en verbetering van de infrastructuur. Hoewel de grote aandacht uittekening van allerhande recreatieve fietsroutes zeker toe te juichen is, mogen daar de inspanningen niet stoppen: voor een meer leefbare mobiliteit is vooral het functioneel fietsverkeer van belang.
Groen West-Vlaanderen wil dat de lat hoger gelegd wordt en gaat voor 100 km extra fietspaden in de periode 2006-2012.

Lightrail moet zorgen voor snellere treinverbindingen en meer stopplaatsen

Als grensprovincie heeft West-Vlaanderen een aantal doodlopende spoorlijnen. Groen! stelt voor om op een aantal van die lijnen lightrails in te zetten in plaats van gewone treinen. Lightrails zijn veel lichter en kunnen daardoor sneller versnellen en stoppen dan de klassieke trein. Hierdoor zijn snellere verbindingen en meer stopplaatsen mogelijk. Ook de exploitatie is goedkoper, waardoor budget kan vrijgemaakt worden voor frequentere verbindingen. Het omvormen van bijvoorbeeld de lijnen Kortrijk-Poperinge en Lichtervelde-Adinkerke biedt mogelijkheden voor extra stopplaatsen bij kleinere woon- of bedrijvenconcentratie en een frequentere verbinding (bvb. elk half uur in plaats van elk uur).
Via Menen kan een lightrail ook verbinding maken met het openbaar-vervoersnet rond Rijsel. Dit is van belang om grensoverschrijdende mobiliteit te creëren in deze metropool, en om de West-Vlamingen een vlotte verbinding te geven naar het HST-station in Rijsel. De HST is op zijn beurt een milieuvriendelijk alternatief voor snel transport voor afstanden binnen de 500 km.
Ook in de omgeving van Brugge zijn lightrail-verbindingen mogelijk, bijvoorbeeld voor de verbinding met de haven.

Nieuwe infrastructuur: voorzichtig

Wegen zijn er ook in West-Vlaanderen genoeg. Vlaanderen heeft het dichtste wegennet van heel Europa en het is een illusie dat mobiliteitsproblemen blijvend kunnen opgelost worden met nieuwe wegen aan te leggen. De weinige aaneengesloten open-ruimtegebieden die er in West-Vlaanderen nog zijn, met als belangrijkste gebied de Westhoek, moeten zoveel mogelijk behouden blijven.
Mobiliteitsproblemen moeten voor Groen! West-Vlaanderen aangepakt worden door lokale omleidingen of aanpassen van bestaande wegen. Nieuwe grootschalige infrastructuur (genre doortrekking A19 Ieper-Veurne of de aanleg van de A24) kan voor ons niet, lokale omleidingen rond dorps- of stadskernen (bvb. N8 in Brielen) of omvorming van bestaande wegen (genre AX voor ontsluiting Zeebrugge) kan, onder de nodige randvoorwaarden, wel.
Een infrastructuurproject dat voor Groen! West-Vlaanderen wel belangrijk is, is een vlotte ontsluiting van de haven van Zeebrugge. Maar dan moet de aandacht (en de centen) prioritair gaan naar investeringen voor ontsluiting via het spoor en via kustvaart. Bij aanpassingen van de wegeninfrastructuur, moet in elk geval de verbetering van de verkeersveiligheid voorop staan.

Keuzes maken voor de luchthavens

In West-Vlaanderen zijn 2 luchthavens: Wevelgem en Oostende. Groen! pleit onomwonden voor de omvorming van de luchthaven van Wevelgem naar een industrieterrein. Op deze manier is het mogelijk om op dezelfde oppervlakte (50 ha) een pak meer tewerkstelling realiseren, en tegelijk in te spelen op de nood aan bedrijventerreinen in de regio: het vliegveld vormt een goed gelegen en ontsloten, kant en klaar bruikbaar terrein. Voor luchtverkeer zijn er vlak over de (taal)grens alternatieven genoeg.
Ook bij de luchthaven van Oostende moeten keuzes gemaakt worden. De eerste prioriteit is het beperken van de hinder voor de talrijke omwonenden. Groen! is de enige partij die deze keuze durft te maken. Op langere termijn moeten we de vraag durven stellen wat het nut van deze luchthaven is. Kan de enorme ruimte die hierdoor ingenomen wordt, niet nuttiger gebruikt worden, bvb. voor meer jobs, betaalbare woningen, groen,…?

Waterwegen optimaal gebruiken

Transport via het water is een milieu- en mobiliteitsvriendelijke manier voor goederenvervoer: de uitstoot van allerhande schadelijke stoffen is een heel stuk kleiner en 1 boot haalt 70 vrachtwagens van de weg. Deze transportmethode moet dus gestimuleerd worden.
Op verschillende waterwegen, zoals de Leie, wordt een capaciteitstoename van de rivier bekeken om grotere transportvolumes toe te laten. Dit is naar mobiliteit en milieuvervuiling een goede zaak, maar dit mag niet ten koste gaan van de andere aspecten. Rivieren vormen immers, zeker in het drukbevolkte West-Vlaanderen, belangrijke blauwe en groene aders door het landschap. In stedelijke gebieden zijn ze belangrijk als recreatieve as en als groene vingers tussen de bebouwing. De open ruimte is daar beperkt en kan niet blind opgeofferd worden. In open gebieden zijn de rivieren belangrijke ecologische verbindingsgebieden. Ook talrijke waardevolle natuurgebieden situeren zich langs waterlopen. En natuurlijk moet ook de overstromingsproblematiek in de gaten gehouden worden: meer mogelijkheden voor natuurlijke overstroming is de efficiëntste ingreep tegen wateroverlast. Een verbetering van de ecologische kwaliteit, behoud van open ruimte, en mogelijkheden voor vernatting moet voorop staan bij projecten van uitbreiding van transportcapaciteit.
De eerste stap bij het stimuleren van transport via het water moet trouwens niet gebeuren door infrastructuurwerken, maar door industrieterreinen langs het water ook effectief voor te behouden voor watergebonden bedrijvigheid en ook financieel een aanmoedigingsbeleid voor binnenvaart voeren. Knelpunten in watertransport, zoals de ringvaart in Brugge, kunnen en moeten ook door organisatorische maatregelen aangepakt worden (bvb. ook ’s nachts varen mogelijk maken).

Trage wegen beschermen en uitbreiden

Ons netwerk van allerhande ‘trage wegen’ (verbindingen voor niet-gemotoriseerd verkeer, zoals bvb de officiële buurtwegen, kerkwegels, jaagpaden, wandelpaden,…) staat sterk onder druk. De ‘buren’ willen in vele gevallen graag dat extra strookje grond inpikken, de overheid zorgt niet altijd voor een degelijk onderhoud, of treedt niet op bij misbruik. Nochtans zijn deze trage wegen belangrijk, bvb als aantrekkelijke en verkeersveilige verbindingen voor zachte weggebruikers, of voor recreatie.
Groen! West-Vlaanderen pleit voor een gestructureerde uitbouw van een netwerk van trage wegen. En dit betekent niet alleen het behoud van de bestaande paden, maar ook een gericht realiseren van nieuwe verbindingen, zowel in bebouwd als landelijk gebied. Dit kan bijvoorbeeld langs waterlopen, zodat dit ook voor integraal waterbeheer en natuurverbinding een meerwaarde kan betekenen. Het provinciebestuur moet hier als coördinator en trekker fungeren.

Kustmobiliteitsplan

In de zomer wordt de Vlaamse kust overspoeld met toeristen. Dit brengt de nodige mobiliteitsproblemen met zich mee, zowel op de weg (files) als bij het openbaar vervoer (overvolle treinen en trams). Groen! West-Vlaanderen pleit voor het uitwerken van een ‘kustmobiliteitsplan’, waarin het aanbod van openbaar vervoer uitgebreid en op elkaar afgestemd wordt (bvb. prioritair inzetten van dubbeldektreinen op lijnen naar de kust in de zomermaanden). Mensen die het openbaar vervoer gebruiken tijdens hun vakantie en hierover tevreden zijn, zullen misschien ook voor hun woon-werk verkeer dit alternatief overwegen.

terug
rightCol

Groen! West-Vlaanderen, Sergeant De Bruynestraat 78-82, 1070 Brussel | 02 219 19 19 | E-mail | ©2012